• Nederlands
    • Français
  • Kamer keurt Relancewet goed

     

    Het wetsvoorstel betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie, de “Relancewet”, werd op 22 maart 2018 goedgekeurd door de Kamer. Daarmee worden de laatste maatregelen van het zomerakkoord uitgevoerd. Op vrijdag 30 maart 2018 werd het vervolgens gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

     

    Welke maatregelen werden opgenomen in deze Relancewet?

     

    Projecten preventie burn-out

    Stress en burn-out zijn in opmars. De aanpak van burn-out is daarom prioriteit.

     

    Minister Kris Peeters zet de sociale partners ertoe aan om een deel van de bestaande middelen voor vorming en risicogroepen, aan te wenden voor het aanpakken van burn-out. Sectoren en ondernemingen kunnen projecten rond de aanpak van burn-out indienen bij de NAR. Deze projecten kunnen bijvoorbeeld bestaan uit opleidingen, infodagen, het uitwerken van sensibiliseringsacties,… . Het kan ook gaan om een actieplan voor een bepaalde sector. De bedoeling is dat kennis en goede praktijken rond het aanpakken van burn-out op die manier verder verspreid raken.

     

    De projecten zijn een aanvulling op de verplichtingen inzake preventie die werkgevers nu al hebben in het kader van de wetgeving rond welzijn op het werk.

     

    Overleg over deconnectie en gebruik van digitale communicatiemiddelen

    Met onze smartphones en computers zijn we voortdurend verbonden. Het gevaar bestaat dat het werk voortdurend in ons privéleven binnensluipt. Goede afspraken over bereikbaarheid en onbereikbaarheid van werknemers kunnen veel stress voorkomen.

     

    Om de rusttijden, jaarlijkse vakantie en andere verloven van de werknemers te respecteren en de balans tussen werk en privéleven te vrijwaren, zal iedere werkgever in het CPBW op regelmatige tijdstippen, en telkens wanneer de werknemersvertegenwoordigers in het CPBW erom verzoeken, een overleg moeten organiseren over de de-connectie van het werk en het gebruik van digitale communicatiemiddelen. Het comité kan op basis van dit overleg voorstellen formuleren en adviezen uitbrengen. Als er in de onderneming geen CPBW is, dan is het de taak van de vakbondsafvaardiging om de opdrachten van het comité uit te oefenen.

     

    Starterjobs voor jongeren

    De werkloosheid onder de jongeren staat nog steeds op een veel te hoog peil. De bedrijven worden daarom aangemoedigd om jongeren aan te nemen via een fiscale korting voor jonge werknemers van 18 tot 21 jaar.

     

    Enerzijds mag de werkgever het loon van de nieuwe werknemer van minder dan 21 jaar zonder werkervaring verminderen met:

    • 6% voor een werknemer van 20 jaar;
    • 12% voor een werknemer van 19 jaar;
    • 18% voor een werknemer van 18 jaar.

     

    Anderzijds moet de werkgever, in elke maand waarin hij het loon vermindert, bovenop het loon een forfaitaire toeslag betalen. Het bedrag van deze toeslag is afhankelijk van de leeftijd van de werknemer op het einde van de maand en het bedrag van het toepasselijke niet-verminderde minimumloon. Deze toeslag is vrijgesteld van inhoudingen en bijdragen voor de RSZ en van fiscale inhoudingen.

     

    Als financiële compensatie mag de werkgever de betaalde toeslag in mindering brengen van de bedrijfsvoorheffing die hij in de Schatkist moet storten. Een K.B. zal de formaliteiten bepalen die moeten worden vervuld voor de toepassing hiervan. Dit zal dus pas in werking treden op 1 juli 2018.

     

    Wijziging opzeggingstermijnen

    Een andere maatregel die het aanwerven van jongeren aanmoedigt, is de tragere opbouw van de opzegperiode tijdens de eerste 4 maanden van een contract. Daar tegenover staat dat de opzegtermijn vanaf de 6de maand minstens 5 weken zal bedragen tegenover 4 weken nu. Dit treedt in werking vanaf 1 mei 2018.

     

    Anciënniteit < 1 maand < 2 maand < 3 maand < 4 maand < 5 maand < 6 maand

     

     

    Huidig

     

    2 weken 2 weken 2 weken 4 weken 4 weken 4 weken
     

    Toekomst

     

    1 week 1 week 1 week 3 weken 4 weken 5 weken

     

    Opheffing bestaande sectorale verboden op de inzet van uitzendkrachten

    Voor de binnenscheepvaart en de verhuissector bestaat momenteel nog een verbod op de inzet van uitzendkrachten.

    De relancewet verbiedt bepalingen in collectieve arbeidsovereenkomsten die voor bepaalde bedrijfstakken een algemeen verbod op de tewerkstelling van uitzendkrachten instellen. Dit is in werking getreden op 9 april 2018.

     

    Uitbreiding vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid

    De relancewet voorziet een uitbreiding van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegen- of nachtarbeid naar ploegenarbeid op werven (werken in onroerende staat).

     

    Hiervoor wordt een bijkomende definitie van ploegenarbeid in de wetgeving toegevoegd:

    • de ondernemingen waar het werk wordt verricht in één of meerdere ploegen van minstens twee personen, die hetzelfde of complementair werk doen zowel qua inhoud als qua omvang;
    • in zover het gaat om werken in onroerende staat op werven.

     

    Voor de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing volstaat het dat de werkgever een brutoloon van minstens € 13,75 per uur toekent aan de werknemers.

     

    De vrijstelling geldt enkel voor de belastbare bezoldigingen van de werknemers die in ploegverband werken in onroerende staat verrichten op locatie.

     

    Het vrijstellingspercentage bedraagt:

    • vanaf 1 januari 2018: 3% van het totaal van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen;
    • vanaf 1 januari 2019: 6% van het totaal van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen;
    • vanaf 1 januari 2020: 18% van het totaal van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen.

    Dit treedt retroactief in werking vanaf 1 januari 2018.

     

     

    Bron: Persbericht van het Kabinet van de Minister van Werk, 23 maart 2018, en wetsvoorstel dd. 9 maart 2018 betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie.

     

     

     

     

    Heeft u nog vragen? Wenst u meer informatie over dit artikel? Neem gerust contact op met de juridische dienst!

     

    Print Friendly, PDF & Email