• Nederlands
    • Français
  • Uitbreiding van de flexi-jobs

     

     

     

     

     

     

    Het systeem van de flexi-jobs bestaat al langer in de horecasector. Omdat er in sommige andere sectoren ook behoefte is aan deze flexibele vorm van werken, wordt het systeem vanaf 1 januari 2018 uitgebreid naar de volgende sectoren:

    • PC 118.03: het paritair subcomité voor de bakkerijen, banketbakkerijen en consumptiesalons bij een banketbakkerij
    • PC 119: het paritair comité voor de handel in voedingswaren
    • PC 201: het paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel
    • PC 202: het paritair comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren
    • PC 202.01: het paritair subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven
    • PC 311: het paritair comité voor de grote kleinhandelszaken
    • PC 312: het paritair comité voor de warenhuizen
    • PC 314: het paritair comité voor het kappersbedrijf en de schoonheidszorgen
    • PC 322: het paritair comité voor de uitzendarbeid indien de gebruiker ressorteert onder één van de bovengenoemde paritaire comités

     

    Dezelfde regels als die reeds voor de horeca bestaan, zijn hier ook van toepassing.

     

    Verder is het systeem sinds 2018 ook beschikbaar voor gepensioneerden in deze sectoren. Voor het uitoefenen van een flexi-job wordt de voorwaarde gesteld dat de flexi-jobwerknemer in het derde kwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarin de tewerkstelling met een flexi-job plaatsvindt (T-3) bij één of meerdere andere werkgevers minstens 4/5de van een voltijdse tewerkstelling werkt. Dit had tot gevolg dat veel gepensioneerden hier niet voor in aanmerking kwamen.

     

    Daarom wordt er nu voor gepensioneerden een andere voorwaarde ingevoerd: iemand kan ook een flexi-job uitoefenen als hij in het tweede kwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarin de tewerkstelling met een flexi-job plaatsvindt (T-2) reeds gepensioneerd is. Elk wettelijk, bestuursrechtelijk of statutair ouderdoms-, rust-, anciënniteits- of overlevingspensioen of een ander als zodanig geldend voordeel komt in aanmerking.

     

    De inkomsten uit de flexi-job worden beschouwd als beroepsinkomsten en tellen dus mee voor de grenzen die de gepensioneerde eventueel moet naleven als toegelaten beroepsinkomsten.

     

    Leerkrachten die tijdens de zomervakantie een uitgestelde bezoldiging krijgen of een werkloosheidsuitkering  met vrijstelling van zoeken naar werk omdat ze nog geen recht hebben op een uitgestelde bezoldiging, kunnen voortaan ook in de maanden april, mei en juni van het volgende jaar een flexi-job uitvoeren. Deze zomermaanden worden vanaf 2018 immers gelijkgesteld met gewerkte dagen voor de beoordeling van de voorwaarden in T-3.

     

    Een werkgever die gebruik wenst te maken van het systeem van de flexi-jobs, moet het exacte begin- en einduur van de arbeidsprestaties van elke flexi-jobwerknemer registreren en bijhouden. In de horeca kon dit al langer door middel van het geregistreerde kassasysteem of via een alternatief systeem van aanwezigheidsregistratie dat gerelateerd is aan de DIMONA-meldingen.

     

    Vanaf 1 januari 2018 kan dit ook door middel van een systeem van tijdsregistratie. Dit systeem moet dan wel de volgende gegevens bevatten:

    • de identiteit van de werknemer;
    • het exacte begin- en einduur van de arbeidsdag, alsook het begin en einde van de pauzes;
    • de periode waarop deze gegevens betrekking hebben.

    Deze gegevens moeten gedurende 5 jaar bewaard blijven.

     

     

    Bron: Programmawet van 25 december 2017, B.S. 29 december 2017.

     

     

     

     

    Heeft u nog vragen? Wenst u meer informatie over dit artikel? Neem gerust contact op met de juridische dienst!

     

     

     

    Print Friendly, PDF & Email