• Nederlands
    • Français
  • Wijzigingen van toepassing vanaf 1 januari 2018

    In de nieuwsbrief van afgelopen november werden enkele wijzigingen voor 2018 aangekondigd. Op 29 december 2017 werd de programmawet van 25 december 2017 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

    Hieronder een overzicht van de belangrijkste maatregelen die van kracht en van toepassing zijn vanaf 1 januari 2018.

     

     

    1. De dubbele uitbreiding van de flexi-jobs

    Sinds 1 januari 2018 is het mogelijk om als flexijobber niet enkel in de horeca (PC 302) voordelig bij te verdienen maar ook in volgende sectoren:

  • PC 118.03 paritair subcomité voor de bakkerijen, banketbakkerijen en consumptiesalons bij een banketbakkerij;
  • PC 119 paritair comité voor de handel in voedingswaren;
  • PC 201 paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel;
  • PC 202 paritair comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren;
  • PC 202.01 paritair subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven;
  • PC 311 paritair comité voor de grote kleinhandelszaken;
  • PC 312 paritair comité voor de warenhuizen;
  • PC 314 paritair comité voor het kappersbedrijf en de schoonheidszorgen;
  • PC 322 paritair comité voor de uitzendarbeid, als de gebruiker onder één van de hierboven opgesomde PC’s valt.
  •  

    Een tweede uitbreiding van het systeem van flexi-jobs is het feit dat ook gepensioneerden aan de slag kunnen gaan als flexijobber in bovenstaande sectoren.
     

    Verder blijven dezelfde regels van toepassing als voor de huidige flexi-jobbers:

  • basisloon van momenteel min. €9,88/uur incl. flexivakantiegeld;
  • een raamovereenkomst;
  • contract bepaalde duur schriftelijk of mondeling;
  • dimona-aangifte;
  • registratie van begin- en einduur.
  •  

    Eén groot verschil is dat gepensioneerden niet moeten voldoen aan de voorwaarde dat men minstens 4/5den van een voltijdse job moet hebben. Het is voldoende dat de gepensioneerden op het einde van het 2de kwartaal voorafgaand aan het kwartaal van tewerkstelling op pensioen is gegaan.

     
     

    2. De nieuwe winstpremie

    Sinds 1 januari 2018 heeft de winstpremie zijn intrede gedaan. De nieuwe maatregel werd opgenomen in de wet van 22/05/2001. Deze wet voorzag alle regelingen inzake werknemersparticipatie in het kapitaal en de winst van vennootschappen, maar werd tot op heden weinig gebruikt. De vroegere reglementering inzake deelname van de winst wordt vervangen door de nieuwe winstpremie. De reeds bestaande deelname in het kapitaal blijft bestaan.

    Deze nieuwe premie is verplicht collectief en kan niet worden toegekend op basis van de individuele prestaties van een werknemer. De premie moet aldus verplicht worden toegekend aan alle werknemers van de onderneming.

    Het betreft een premie die in geld wordt toegekend ingeval een vennootschap de totale commerciële winst of een deel ervan wil verdelen onder de werknemers. De winstpremie is hetzij:

  • Identiek: het bedrag ervan is gelijk voor alle werknemers of het bedrag ervan stemt overeen met een gelijk percentage van het loon van de werknemers;
  • Gecategoriseerd: verschillende premie voor elke werknemerscategorie waarvan het bedrag afhankelijk is van een verdeelsleutel die wordt toegepast op basis van objectieve criteria (die niet mogen leiden tot een differentiatie van de voordelen die groter is dan een verhouding tussen 1 en 10). Bv. anciënniteit, graad, functie, weddeschaal, bezoldigingsniveau, opleidingsniveau, … Enkel de objectieve criteria die zijn opgenomen in het Koninklijk besluit komen in aanmerking.
  •  
    De werkgever moet een vennootschap of een groep van vennootschappen zijn die onderworpen is aan de vennootschapsbelasting of aan de belasting van niet-inwoners. De vzw’s, de openbare instellingen en administraties kunnen dus geen gebruik maken van dit voordeel. De begunstigden zijn de werknemers die, al of niet krachtens een arbeidsovereenkomst, tegen loon arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon. De bedrijfsleiders die een mandaat van bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of vergelijkbare functies uitoefenen, kunnen dit voordeel niet bekomen.

    De premie mag niet worden ingevoerd ter vervanging van bestaand loon, bestaande premies, voordelen in natura of andere voordelen en het totale bedrag van de premie mag niet hoger zijn dan 30% van de totale brutoloonmassa van het desbetreffende boekjaar. Voor de berekening van de loonnorm moet geen rekening gehouden worden met de winstpremie.

    De premie wordt op initiatief van de werkgever ingevoerd. Het betreft dus een eenzijdige beslissing van de werkgever om de winstpremie al dan niet toe te kennen. Deze premie is niet-recurrent. Het feit de premie in een bepaald jaar te betalen, houdt niet in dat ze automatisch wordt toegekend tijdens de volgende jaren. De toekenningsprocedure (formaliteiten) verschilt ook naargelang het gaat om een identieke winstpremie of een gecategoriseerde winstpremie.

    De winstpremie is op sociaal en fiscaal vlak voordelig. Deze premie is niet onderworpen aan de gewone sociale zekerheidsbijdragen:

  • werkgever: geen bijdrage verschuldigd;
  • werknemer: wel een solidariteitsbijdrage gelijk aan 13,07% van het bedrag van de premie.
  • Op fiscaal vlak is de premie in hoofde van de werknemer onderworpen aan een belasting van 7% (belasting gelijkgesteld met de inkomstenbelasting). In hoofde van de werkgever wordt deze winstparticipatie beschouwd als een verworpen uitgave voor de vennootschapsbelasting.

    Deze winstpremie is in werking getreden op 1 januari 2018 met dien verstande dat de premies pas kunnen worden toegekend op basis van de winst van het boekjaar dat ten vroegste op 30 september 2017 werd afgesloten. 

     
     

    3. De taxshift

    De taxshift in de privésector houdt een verregaande hervorming in van het bijdragesysteem voor de werkgevers. Het basistarief aan werkgeversbijdrage is gedaald van 30% naar 25% op 1 januari 2018. Bovenop deze basisbedragen blijven echter nog een aantal algemene, specifieke en sectorale bijdragen verschuldigd. De vermindering van de werkgeverskost wordt in de praktijk echter afgezwakt door de afbouw van structurele verminderingen.

     
     

    4. Uitsluiting van de loonbonus bij sluiting onderneming

    De werkgever die de informatie- en raadplegingsprocedure in het kader van een collectief ontslag met sluiting van de onderneming heeft opgestart, wordt voortaan uitgesloten uit het toepassingsgebied van de regelgeving inzake de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen. De collectieve loonbonus kan daarentegen wel nog toegekend worden indien de toetredingsakte of de cao bij de griffie van de FOD WASO werd neergelegd vóór de aankondiging van het collectief ontslag.

     
     

    5. E-commerce

    De procedures die gevolgd moeten worden om een nachtregeling in te voeren in de ondernemingen actief in de elektronische handel van roerende goederen (e-commerce) zijn versoepeld. Bovendien wordt voor de uitoefening van activiteiten die verband houden met e-commerce ook een afwijking op het verbod op zondagsarbeid ingevoerd.

     
     

    6. Responsabiliseringsbijdrage

    De invoering van een sanctie voor de werkgever die een deeltijder met behoud van rechten die een inkomensgarantie-uitkering geniet, geen (of niet bij voorkeur) extra uren geeft. Deze regel geldt voor arbeidsovereenkomsten die worden afgesloten vanaf 1/01/2018.

     
     

    7. De activeringsbijdrage

    De activeringsbijdrage is een maatregel waarbij de werkgever zijn oudere werknemers vrijstelt van prestaties tot de pensioenleeftijd en hen hun loon volledig of gedeeltelijk blijft toekennen. Via een bijzondere activeringsbijdrage wil de regering deze praktijk afremmen.

     
     

    8. De Wyninckx-bijdrage

    De Wyninckx-bijdrage op de aanvullende pensioenen stijgt van 1,5% naar 3% vanaf 1/01/2018.

     
     

    9. Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing

    De werkgever dient een bepaald percentage van de ingehouden bedrijfsvoorheffing op de bezoldiging van zijn werknemers die tewerkgesteld zijn in wetenschappelijk onderzoek niet door te storten aan de fiscus. De gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers bedraagt 80% van de beoogde bezoldigingen.

    De regering heeft deze nu vanaf 1 januari 2018 uitgebreid van specifieke masterdiploma’s naar professionele bachelor diploma’s van specifieke studiegebieden.

    Het moet gaan om een diploma bachelor of een gelijkwaardig diploma in de studiegebieden of combinaties van studiegebieden van
     
    Voor de Vlaamse gemeenschap:

  • Biotechniek;
  • Gezondheidszorg;
  • Industriële wetenschappen en technologie en nautische wetenschappen;
  • Productontwikkeling;
  • Handelswetenschappen en bedrijfskunde, evenwel beperkt tot de opleidingen die in hoofdzaak zijn gericht op informatica.
  •  
    Voor de Franstalige gemeenschap:

  • Techniek, evenwel beperkt tot de opleidingen die in hoofdzaak gericht zijn op architectuur, biotechniek, industriële wetenschappen, technologie, nautische wetenschappen, productontwikkeling en informatica.
  •  

    De nieuwe maatregel zal echter gefaseerd in werking treden:

  • Vrijstelling van 40% op bezoldigingen die vanaf 1 januari 2018 worden betaald of toegekend aan deze houders van een bachelor diploma;
  • Vrijstelling van 80% op bezoldigingen die vanaf 1 januari 2020 worden betaald of toegekend aan deze houders van een bachelor diploma.
  • De regeling m.b.t. de vrijstelling voor nacht- en ploegenarbeid voor ondernemingen die hoog technologische producten produceren is nooit effectief in werking getreden en wordt nu geschrapt.

     

     
     
     

    Bron : Programmawet (I) van 25 december 2017, BS van 29 december 2017.
    Bron : Wet van 25 december 2017 tot hervorming van de vennootschapsbelasting, BS van 29 december 2017.
    Bron : Wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, BS 2 juli 1981.

     
     
     
     
     
     

    Heeft u nog vragen? Wenst u meer informatie over dit artikel? Neem gerust contact op met de juridische dienst!

    Print Friendly, PDF & Email