• Nederlands
    • Français
  • Wet werkbaar en wendbaar werk voert 100 vrijwillige overuren in

     

    Hoe het was…

    Tot voor kort konden er alleen overuren gepresteerd worden in enkele specifieke situaties. Zo moest er bijvoorbeeld sprake zijn van een buitengewone vermeerdering van werk of onvoorziene noodzakelijkheid. Er moesten vaak ook strikte formaliteiten nageleefd worden zoals bijvoorbeeld een voorafgaande toelating van de Inspectie Toezicht Sociale Wetten of de vakbondsafvaardiging.

    Voor de gepresteerde overuren moet overloon betaald worden en inhaalrust toegekend worden. Een werknemer heeft wel de keuze om de eerste 91 overuren per kalenderjaar te laten uitbetalen en af te zien van de inhaalrust. Dit quotum kan opgetrokken worden tot 130 of 143 overuren mits het volgen van een onderhandelingsprocedure.

    Wat is nieuw?

    Sinds 1 februari 2017 is er een nieuwe vorm van overuren ingevoerd, de vrijwillige overuren. Voor deze overuren moet er geen specifieke reden zijn om deze te presteren en er dienen ook geen formaliteiten nageleefd te worden.

    Per kalenderjaar kunnen er tot 100 vrijwillige overuren gepresteerd worden. Dit maximum kan opgetrokken worden tot 360 overuren door een algemeen verbindend verklaarde sectorale cao.

    Alvorens er vrijwillige overuren kunnen gepresteerd worden, moet er een schriftelijke overeenkomst gesloten worden tussen werkgever en werknemer waaruit het akkoord van de werknemer blijkt. Deze kan voor de duur van maximum 6 maanden afgesloten worden en kan indien nodig hernieuwd worden.

    De vrijwillige overuren geven recht op loon en overloon, maar moeten niet ingehaald worden.

    De eerste 25 vrijwillige overuren tellen niet mee voor de interne overurengrens. Dit quotum kan opgetrokken worden tot 60 vrijwillige overuren door een sectorale cao.

    Bron: Wet d.d. 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk, B.S. 15 maart 2017.

    Print Friendly, PDF & Email